De zigeuners die rond 1400 in Andalusië aankwamen legden de muzikale basis voor wat nu flamenco is. Hun voorouders trokken lang daarvoor, waarschijnlijk al vanaf de 8e en 9e eeuw vanuit India naar het Westen. Deze zigeuners ontmoeten in Andalusië verwante zielen: Joodse vluchtelingen, Moren (Moriscos) en uiteraard de Andalusiërs die al een eeuwenoude muzikale geschiedenis hadden. En zo ontstaat een wederzijdse muzikale invloed.

In dezelfde periode bestond er bovendien in Sevilla nog een bloeiende slavenhandel. Deze slaven namen het ritme mee uit Afrika en ook dit drong door in de zigeunermuziek. Enkele eeuwen lang gaat het proces van beïnvloeding door. Het komt uit de rest van Spanje en ook uit Zuid-Amerika via nakomelingen van Spaanse immigranten die terugtrokken naar het land van hun voorouders. Ook Spaanse zeelui nemen invloeden mee uit het Caribisch gebied en landen als Argentinië, Cuba en Puerto Rico.

Tegen het einde van de achttiende eeuw en het begin van de negentiende eeuw had deze muzikale smeltkroes een eigen vorm gekregen waarin al bijna alle elementen te vinden zijn van de huidige flamenco: rauwe zang, virtuoos gitaarspel, handgeklap of castagnetten en vele dansvormen.

Het woord flamenco

In het begin van de negentiende eeuw gebruiken velen het woord flamencos voor het eerst voor deze zigeuners. Het is niet duidelijk waar deze naam precies vandaan komt, omdat er meerdere theorieën in omloop zijn. 

• Een van de verklaringen luidt, dat deze benaming is voortgekomen uit het Spaanse woord voor de flamingo-vogel: “flamenco”. Misschien dacht men bij het zien van de dans en de kleding van de zigeuners aan deze vogels.

• Een andere verklaring is gebaseerd op een afkomst van het woord Vlaanderen (“Flandes”). De Vlamingen zouden zich in de tijd na de tachtigjarige oorlog nogal wild en lichtzinnig hebben gedragen en deze benaming zou langzamerhand overgenomen zijn voor andere groepen mensen die zich gedurfd gedroegen en buiten de gewone maatschappij vielen, zoals de zigeuners. Uiteindelijk ver in de negentiende eeuw werd het de meest gebruikte naam voor de zigeuners.

• Een derde verklaring luidt, dat het woord flamenco ontstaan is uit het samenvoegen van de Arabische woorden fellah (of: felaq) en mengu, wat samen zoiets betekent als zwervend persoon of gevluchte boer.